Zuurkasten

Zijn zuurkasten die getest zijn volgens EN 14175 altijd goed?

Nee, een zuurkast die getest is volgens EN 14175 voldoet qua constructie en gebruikte materialen aan de eisen. Daarnaast was de uittrede van vervuilde lucht (en risico daarop) in de testruimte binnen de gestelde eisen. Er zijn echter andere factoren welke (negatieve) invloed op de werking van een zuurkast kunnen hebben. 

Enkele tips om een goede werking te bevorderen zijn; 

  • De zuurkast dient niet als opslagplaats voor chemicaliën of apparatuur. Bewaar chemicaliën in de daarvoor bestemde kasten en/of opslagruimte. 
  • Plaats noodzakelijk apparatuur of andere spullen het liefst aan de zijkant en/of op een open verhoging, zodat de afzuigspleet aan de achterkant niet geblokkeerd wordt. 
  • Sluit zoveel mogelijk de deuren (en ramen) in de buurt van de zuurkast. Valse trek kan uittredende lucht veroorzaken.
  • Ook langslopende mensen zorgen voor luchtverstoring in de zuurkast. 
  • Haal geen stromingsschotten weg. 
  • Houd de zuurkast zo leeg mogelijk. Plaats noodzakelijke apparatuur of andere obstakels niet tussen je werk en de afzuigspleten. 
  • Plaatst de zuurkast niet dicht bij een extreme luchtstroom, zoals deuren, ramen en airco. 

Note: De gevoeligheid voor externe verstoringen (robustness) neemt af met een toenemende luchtsnelheid. 

Wat is containment?

Containment is de mate waarin de zuurkast gevaarlijke stoffen “binnenboord” houdt. Het is de verhouding tussen de berekende gemiddelde concentratie van het testgas en de gemeten concentratie in het raamvlak. De CF varieert met de afzuigcapaciteit (verdunning testgas).

Hoe bepaal ik de benodigde afzuigcapaciteit voor een zuurkast?

Afhankelijk van werkzaamheden in een zuurkast dient men de benodigde afzuigcapaciteit vast te stellen. De standaard Vinitex zuurkasten zijn getest volgens EN 14175-3. (NPR richtlijn adviseert een minimale containment factor van 2000). De geteste afzuigcapaciteiten kunnen worden gehandhaafd bij zuurkasten voor “standaard” gebruik.

Factoren die het (inhalatie)risico bij een chemisch experiment bepalen zijn:

  • De hoeveelheid te bewerken stof,
  • De vluchtigheid van de stof onder de gegeven omstandigheden,
  • Betreft het een open of een gesloten bewerking,
  • De giftigheid van de stof,
  • De ontvlambaarheid van een stof.
  • Aan de hand van bovengenoemde factoren kunnen de eisen van de afnemer (sterk) afwijken van de genoemde testresultaten.
  • Daarnaast is het de overweging waard de luchtsnelheid iets te verhogen om zo het risico op externe verstoring te verminderen.

Commissioning

Na de installatie van een zuurkast dient vastgesteld te worden wat de status van de zuurkast is. Dit wordt gedaan tijdens de commissioning. Daarna is het aan te bevelen jaarlijks de werking en staat van de zuurkast te controleren. Hierbij kan het rapport van de commissioning als referentiekader dienen. 

Iedere zuurkast die door Vinitex gemonteerd wordt, ondergaat een commissioning.
Doel van de ‘commissioning’ is om door vast omschreven beproevingen en rapportage aan te tonen dat de zuurkast correct is geïnstalleerd en te controleren of de zuurkast in de laboratoriumomgeving functioneert en presteert overeenkomstig de resultaten als vastgelegd in de typebeproeving. De ruimte condities (luchtsnelheid, etc.) en het geluidsniveau worden door Vinitex niet gemeten en gerapporteerd.

Periodieke controle

Doel van de periodieke controle is om door vast omschreven beproevingen en rapportage aan te tonen dat de zuurkast nog functioneert en presteert als in de ‘commissioning’-proef of in een eerdere periodieke controle is vastgelegd.
Voor bestaande en nieuwe zuurkasten en/of andere afgezogen objecten niet ontworpen of beproefd volgens NEN-EN 14175 wordt aanbevolen gelijke doelstellingen aan te houden voor periodieke controles.

Het is aan te raden de periodieke controle jaarlijks uit te laten voeren.

Waar kan ik de zuurkast(en) het beste plaatsen?

Wij kunnen een aantal praktische aanbevelingen doen voor de plaatsing van zuurkasten in de laboratoriumruimte. Deze aanbevelingen behoren te worden beschouwd en gebruikt als richtlijnen, die bij een juiste toepassing zullen leiden tot een optimaal functioneren van de zuurkast. Afwijken hiervan kan in bepaalde situaties verantwoord zijn.

  • De afstand van de zuurkast tot een looppad of –zone behoort ten minste 1000 mm te zijn om een zone voor de zuurkast te verkrijgen waar geen verstoringen ontstaan anders dan door de gebruiker van de zuurkast.
  • De afstand tussen de zuurkast en een tegenover gesitueerde laboratoriumtafel behoort ten minste 1400 mm te zijn. De benodigde afstand bij twee tegenover elkaar gelijktijdig te gebruiken werkplekken moet groter zijn.
  • Een dichte wand (of andere dichte constructie) behoort zich op ten minste 1400 mm van het raamvlak van de zuurkast te bevinden. Deze afstand behoort te worden vergroot tot 2000 mm als er sprake is van grotere luchthoeveelheden bij speciale zuurkasten of bij meer zuurkasten naast elkaar.
  • Een zuurkast mag niet zo worden geplaatst dat de werking nadelig beïnvloed wordt door een andere afzuiginstallatie. De afstand tot een andere tegenover liggende zuurkast, een veiligheidskabinet of de rand van een afzuigkap behoort nauwkeurig te worden onderzocht en behoort ten minste 2000 mm te bedragen. Bij meer zuurkasten naast elkaar kan een nog grotere afstand nodig zijn.
  • De luchtsnelheid veroorzaakt door een inblaasrooster of andere toevoervoorziening voor ventilatielucht mag de werking van de zuurkast niet verstoren.
  • Aanbevolen wordt een minimale plafondhoogte van 3000 mm aan te houden om verstoring door inblaaslucht in de directe omgeving van de zuurkast te minimaliseren. Een plafondhoogte van 2700 mm is het minimum.
  • Een wand of vergelijkbare constructie die zich voor het raamvlak bevindt, kan de werking zuurkast nadelig beïnvloeden. Hiervoor behoort een voldoende grote afstand te worden aangehouden.
  • Een deur in het vlak van de achterwand van de zuurkast behoort zich op ten minste 300 mm te bevinden. Voor een deur in het vlak van de zijwand van de zuurkast bedraagt deze afstand ten minste 1000 mm vanaf het raamvlak. Deze beperking geldt niet voor deuren die uitsluitend als nooduitgang zijn bedoeld.